11 april 2011: inwerkingtreding van de wet die het bedekken van het gezicht in de openbare ruimte in Frankrijk verbiedt. [fr]

Wet inzake het verbod op gelaatsbedekking in de openbare ruimte in Frankrijk

1. Wettelijk kader

De wet inzake het verbod op het bedekken van het gezicht in de openbare ruimte is op 13 juli 2010 met een ruime meerderheid aangenomen door de Assemblée nationale (Franse Tweede Kamer) en op 14 september 2010 door de Senaat. Na de goedkeuring van de
Constitutionele Raad werd de wet op 11 oktober 2010 afgekondigd en zal, met uitzondering van de bepalingen betreffende gedwongen gelaatsbedekking die onmiddellijk van toepassing zijn, zes maanden na deze datum, op 11 april 2011, van kracht worden.

2. Het bevorderen van een inburgeringsmodel dat rekening houdt met het handhaven van de openbare orde en de bescherming van de rechten van de vrouw

Het verdedigen van vrijheid en gelijkheid tussen man en vrouw

De Franse Grondwet en wetgeving garanderen de vrouw op ieder gebied dezelfde rechten als de man. De wetgever heeft bepaald dat door de gelaatsbedekking, vrijwillig of niet, de vrouw wordt afgesloten van de samenleving en van alles wat sociale uitwisselingen bevordert, waardoor zij belandt in een situatie van uitsluiting en ondergeschiktheid. De totale gelaatsbedekking onthoudt de vrouw, en haar alleen, van sociale contacten door het verwerpen van het gemengde karakter van de openbare ruimte. Dit is dus in strijd met het principe van vrijheid en gelijkheid tussen man en vrouw en wordt gezien als een uitdrukking van communautaristische afsluiting of de weigering in een open samenleving te leven. Dit streven om de vrouw te beschermen tegen extreem gedrag dat leidt tot verlies van haar personaliteit, rechtvaardigt ook de toevoeging van een paragraaf over “de aansporing tot het bedekken van het gezicht” in het hoofdstuk over “aantasting van de menselijke waardigheid” in het wetboek van strafrecht, teneinde het dwingen van een persoon om zijn gezicht te bedekken wegens zijn geslacht te bestraffen.

Noodzakelijke maatregelen voor de veiligheid in de openbare ruimte

De eisen voor veiligheid in de openbare ruimte en de noodzaak personen te identificeren, rechtvaardigden al, voordat deze wet aangenomen werd, het verbod op gelaatsbedekkende kleding op bepaalde plaatsen zoals overheidsdiensten (het stembureau, een examenlokaal, stadhuis, of rechtbank) en tijdens administratieve handelingen (een huwelijk, proces…) en op plaatsen waar specifieke en beperkende maatregelen van toepassing zijn (luchthaven, bank, station, juwelier…). Om de bescherming van personen te versterken tegen praktijken die een gevaar kunnen vormen voor de openbare veiligheid en met de doelstelling om duidelijkheid te scheppen, heeft de wetgever dit verbod uitgebreid naar de gehele openbare ruimte.

Bescherming van de openbare orde

Het begrip van openbare orde bevat, naast veiligheidseisen, regels met betrekking tot sociale omgang, uitwisselingen en interacties in de geest van het republikeinse sociale pact. De wet heeft als doel te garanderen dat de waarden van de Republiek worden gerespecteerd, evenals de eisen voor het “samen leven” die de basis vormen van onze samenleving. In de openbare ruimte moeten de rechten van degenen die kiezen voor een bijzonder uiterlijk, rekening houden met de rechten van degenen aan wie dit uiterlijk wordt opgelegd. De bedekking van een gezicht heeft niet enkel betrekking op de rechten en vrijheden van degenen die ervoor kiezen hun gezicht te bedekken maar ook op de rechten en vrijheden van degenen die zij in de openbare ruimte ontmoeten. Echter, de regels die de basis vormen van het republikeinse pact kunnen niet naargelang de plek op verschillende manieren worden uitgevoerd: enkel een algemeen verbod beantwoordt aan de noodzaak tot het behoud van deze regels.

3. Een wet die de vrijheid van godsdienst en de laïciteit in acht neemt en geen bevolkingsgroep aanwijst of stigmatiseert

Respect voor de laïciteit

Het verbod op gelaatsbedekkende kleding is niet gebaseerd op het laïciteitsprincipe dat enkel geldt voor publieke instellingen en voor degenen die daar werken. Dat staat vermeld in de wet van 2004 op het verbod van externe religieuze tekens op openbare scholen. De kwestie van gelaatsbedekkende kleding heeft niet zo zeer te maken met laïciteit, maar meer met het sociale verkeer in de openbare ruimte waar kleding een belemmering kan zijn voor communicatie over en weer met anderen. De wet respecteert de drie principes waarop laïciteit gebaseerd is: neutraliteit van de staat, inachtneming van pluralisme en vrijheid van godsdienst.

Respect voor de vrijheid van godsdienst

De wet betreffende het verbod van gelaatsbedekkende kleding in de openbare ruimte zet niet de vrijheid van godsdienst opnieuw ter discussie. Frankrijk garandeert godsdienstvrijheid. Vrijheid van geweten en godsdienst en vrijheid voor een ieder om zijn overtuigingen of zijn religie te uiten worden nog steeds beschermd, want dit zijn fundamentele vrijheden die in onze Grondwet staan en in de Europese Conventie voor het behoud van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.

Respect voor de burgers die de Islam aanhangen

De wet omvat algemene bepalingen en is niet gericht op een specifieke religieuze gemeenschap. Er is een breed overleg geweest met de religieuze autoriteiten, met name de CFCM (de Franse raad voor de Islamitische godsdienst) ter voorbereiding van deze wet. De CFCM benadrukt trouwens dat de formulering die de wetgever hanteert in deze wet, een algemeen karakter heeft (bedekking van het gezicht) en geen specifieke kleding of religie vermeldt.

gepubliceerd op 11/02/2011

naar boven