De 3e editie van de Nuits Film&Science bracht een groot publiek bijeen rondom een actueel brandende vraagstuk: "water" [fr]

Op 23 en 25 september organiseerde het Institut français des Pays-Bas een avond met kortfilms en wetenschappelijke discussies in het kader van de European Researchers’ Night. Het geheel was zeer interactief van aard, door het online publiek te koppelen aan de sprekers en moderatoren die fysiek aanwezig waren op de Franse Residentie.

De korte films waren geselecteerd door het Parijse filmfestival "Le Temps Presse" en gewijd aan de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Dat zowel de filmselectie als de sprekers in de smaak vielen bij de meer dan 300 deelnemers, bleek wel uit de vele vragen die zij stelden. Het beantwoorden daarvan had gerust de hele nacht kunnen duren.

Samen met onze partners heeft het festival ondanks het online format interesse kunnen wekken bij een breed en enthousiast publiek, afkomstig van ESA-ESTEC, België, Frankrijk en Nederland. Van middelbare scholieren tot studenten, docenten en (young) professionals: de diversiteit van het publiek was groot gedurende deze twee intellectueel en sociaal verfrissende avonden.

Experts en wetenschappers als Kees van Leeuwen (UU en KWR) en Jan Knikker (MVRDV) op de eerste avond en Gilles Bœuf (Frans Agentschap voor Biodiversiteit) en Christophe Lasseur (ESA-ESTEC) op de tweede avond, volgden elkaar op om de nieuwsgierigheid te prikkelen alsmede de kennis en betrokkenheid van burgers te vergroten rond 2 thema’s: "Water: bron en gebruiksmiddel in de stad" en "Opgesloten in een ecosysteem". Onder leiding van respectievelijk Romain Mauger en Marc Obéron werd tijdens beide avonden middels wetenschappelijke en technische kennis op klinkende wijze tegenwicht geboden aan de voorvechters van de "collapsologie", aldus Gilles Bœuf.

Water is een bijzonder vruchtbaar punt van de vergelijking van Franse en Nederlandse knowhow. Lange tijd werd drinkwater beschouwd als een onuitputtelijke, zuivere en vrij toegankelijke hulpbron, terwijl duidelijk is dat schoon drinkwater vandaag de dag schaarser en schaarser wordt. Water is een vraagstuk geworden waarbinnen problemen en oplossingen in stedelijke gebieden samenkomen. Het goede nieuws dat Kees van Leeuwen van de Universiteit van Utrecht bekend maakte, is dat we reeds over alle technieken beschikken die nodig zijn om afvalwater en afval op te vangen, te recyclen of af te voeren om verdere vervuiling te voorkomen. Het blijft echter een uitdaging om dit op het juiste moment en op de juiste plaats te doen. Een goed beleid en bestuur zijn hier onontbeerlijk. Twee opvattingen over water als hulpbron staan tegenover elkaar: de ene ziet water als een gemeenschappelijk goed dat openbaar beheer vereist, de andere ziet water als een handelswaar in een concurrerende markt. Deze twee filosofieën leiden tot radicaal verschillende benaderingen van de kwestie.

In sommige steden, waaronder Den Haag, werden in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw grachten gedempt om meer ruimte te maken voor autoverkeer. Hierdoor werden de bewoners woonkwaliteit en een toegankelijke bron van duurzame energie ontnomen. Jan Knikker, stedenbouwkundige bij MVRDV Rotterdam, legt uit dat alles weer terug te winnen is, bijvoorbeeld dankzij de recente studie naar de heropening van deze grachten die samen met de omwonenden is uitgevoerd, zodat zij direct betrokken zijn bij de bijbehorende vastgoedbouwprojecten.

De sprekers waren het eens over het essentiële belang van alle mogelijke acties ten gunste van het water, bijvoorbeeld door voorlichting voor en scholing van bewoners en door hen direct bij overleg te betrekken, inclusief jongere bevolkingsgroepen. Gilles Bœuf van het Franse Agentschap voor Biodiversiteit, dringt er met een knipoog op aan dat mensen met een publieke rol wordt uitgelegd dat zij zelf bestaan uit bacteriën, dat dit de mens levensvatbaar maakt in een ecosysteem waarin we met andere levende wezens omgaan. Een bewustwording die tevens tot bescheidenheid stemt. Christophe Lasseur, ESA-onderzoeker binnen het MELISSA-project, voegde daaraan toe dat het grootste obstakel voor vooruitgang de noodzaak is om onderzoeksactiviteiten gedurende een periode van 50 tot 60 jaar te handhaven, terwijl deze tijdspanne niet overeenkomt met politieke ambtstermijnen. Hij is echter optimistisch over de capaciteit van Europa om danzij zijn diversiteit deze uitdaging het hoofd te kunnen bieden.

De sleutel tot succes is dus de verdere ontwikkeling van multidisciplinaire opleidingen en vooral het besef dat we de hulpbronnen van de aarde meer nodig hebben dan zij ons.

De avonden stonden bol van dergelijke rijke, grappige en boeiende uitwisselingen. Tegelijkertijd werd ingegaan op publieksvragen als:

  • Wie is verantwoordelijk voor het beheer van water?
  • Hoe kunnen de communicatie en het onderling begrip tussen experts afkomstig uit zeer verschillende domeinen verbeterd worden ?
  • Adem je CO2 in als je een masker draagt?
  • Kunnen we de gevolgen van de klimaatverandering en de stijging van de zeespiegel vanuit de ruimte waarnemen?
  • Zijn er alternatieven voor de ontzilting van zeewater om aan de groeiende behoefte aan drinkwater te voldoen?
  • Moeten we verwachten dat we binnenkort een plastic continent in de ruimte hebben, net als op aarde?
  • Zal Thomas Pesquet tijdens zijn volgende ruimtemissie profiteren van de vooruitgang die dankzij het MELISSA-project wordt geboekt?
  • Iedereen is het eens over de noodzaak jonge mensen goed voor te lichten en op te leiden om hun milieubewustzijn te vergroten. Hoe ’onderwijzen’ we echter besluitvormers, die vaak niet geneigd zijn om te veranderen, en hoe overtuigen we hen?

Geïnteresseerd ? U kunt de videodebatten hieronder terugvinden:

23 september

25 september

gepubliceerd op 23/10/2020

naar boven