De Franse inzet in Nederland in mei 1940 [fr]

PNG

Op 10 mei 1940 steken vanaf 04:35 uur Duitse strijdkrachten de grens met Nederland en België (twee neutrale landen) over. Er worden vliegvelden gebombardeerd, ook in Frankrijk. Rond 05:00 uur wordt de Franse Groupe d’Armée n°1 in paraatheid gebracht. Vervolgens ontvangt om 06:15 uur het Franse Ministerie van Buitenlandse Zaken een oproep voor hulp van de Belgische regering, en om 06:25 uur van de Nederlandse. Om 06:30 uur belt de opperbevelhebber van de Franse strijdkrachten (Generaal Gamelin, Fort de Vincennes) de commandant van het operatiekwartier Noord-Oost (Generaal Georges in Montry, Seine-et-Marne). Hij geeft het bevel om de manoeuvre Dyle-Breda onmiddellijk uit te voeren. Deze manoeuvre was bedacht door de geallieerden in het geval van een invasie van Duitse troepen in België, om de doorgang van de Ardennen te omzeilen.

Zeeland heeft een speciale plek in de militaire campagne van 1940. In de Franse plannen gaat het in eerste instantie om een geheel secundaire actie waarbij twee B-serie divisies betrokken zijn (60e +68e Infanteriedivisie) die elk aan een ander commando waren verbonden. Terwijl het Franse leger met spoed België en Nederland binnentrekt, krijgt de 68e Infanteriedivisie de opdracht om de Belgische kust met twee regimenten (225e+341e) te beveiligen door posities in de havens van Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge in te nemen. Een ander regiment (224e) stelt het eiland Walcheren en de haven van Vlissingen veilig. De 60e Infanteriedivisie moet de mondingen van de Schelde beveiligen met twee regimenten (241e+270e) bij de Nederlandse kust, van Breskens tot Terneuzen, en één regiment op het eiland Zuid-Beveland (271e). Generaal Durand, commandant van de 68e Infanteriedivisie, neemt het bevel over alle Franse troepen in Zeeland over. Op 11 mei ontmoet hij admiraal Van der Stad, Commandant Zeeland. De Franse generaal is het niet eens met het verdedigingsplan en wilt zich niet positioneren op de oorspronkelijke Nederlandse posities (Bathstelling en Zanddijkstelling). Hij besluit daarom tot het inzetten van de bataljons van het 271e RI (versterkt door een bataljon van het 224e RI), die op 13 mei op het eiland waren aangekomen, in een noord-zuid keten langs de kust van Zuid-Beveland en het gelijknamige kanaal.

Na de samenvoeging van de Duitse pantsertanks met de parachutisten in Moerdijk, richt het 26e Legerkorps zich vanaf 13 mei op het zuiden en vertrekt met drie infanteriedivisies naar de versterkte positie van Antwerpen. Op 14 mei wordt Bergen op Zoom, aan de ingang van het schiereiland Zuid-Beveland, ingenomen na zware gevechten met eenheden van het Zevende Leger dat zich terugtrekt uit Breda. Wanneer Bergen op Zoom eenmaal is gevallen, moeten de eilanden van Zeeland aangepakt worden voor het kunnen beveiligen van de rechtervleugel van het Duitse legerkorps. Deze missie wordt toevertrouwd aan het gemotoriseerde regiment Waffen-SS Deutschland vanaf de ochtend van 15 mei. Een dag ervoor had het Nederlandse leger zich overgegeven, behalve Zeeland. Dit nieuws, in combinatie met de aankondiging van de vlucht van de Koningin naar Engeland, draagt niet bij aan de versterking van de moraal van de Zeeuwse troepen. Het Nederlandse verzet stort in. Op 15 mei worden bijna zonder slag of stoot de Bath -en de Zanddijkstelling ingenomen door het regiment Deutschland (3 bataljons). Hier hadden respectievelijk de bataljons 1 en 3 moeten vechten

In de ochtend van 16 mei gaat de aanval, gesteund door de Luftwaffe en de artillerie, verder tegen het Kanaal door Zuid-Beveland. Om 11:00 uur stort het 271e RI in en trekken de eenheden zich in wanorde terug richting Walcheren. Om 16:00 uur wordt Goes ingenomen en bij het vallen van de avond bereiken de Duitsers de oostelijke oever van de Sloedamdijk. Gezien de verslechtering van de situatie en eenmaal aangekomen in Vlissingen, neemt generaal Marcel Deslaurens, commandant van de 60e Infanteriedivisie, het bevel over van generaal Durand. Hij hergroepeert de overlevenden van Zuid-Beveland in een mars bataljon en neemt het bevel over de resterende troepen op Walcheren over (twee bataljons van het 224e RI). Op 17 mei, om 3 uur ’s nachts, lanceert het regiment Deutschland, ondersteund door de luchtmacht en de artillerie, een aanval op de Sloedam en verovert vervolgens Middelburg om 15:00 uur in de middag na hevige gevechten.

Omdat de situatie wanhopig is, heeft generaal Deslaurens de evacuatie van het eiland bevolen. De Franse marine evacueert per boot de overlevenden en laat hen de 4 km lange zeearm oversteken naar Breskens. Om 20:00 uur nadert het regiment Deutschland Vlissingen. Om 22:00 uur ’s avonds wordt Generaal Deslaurens dodelijk getroffen door een kogel, terwijl de Duitsers zich op 500 meter van de haven bevinden en de laatste boot de stad verlaat. Het is het einde van de gevechten; in drie dagen tijd heeft het Franse leger 200 strijders verloren, zijn er 3000 Fransen gevangengenomen en 800 gewonden gevallen. Het enige deel van Nederland dat onbezet is gebleven is maritiem Vlaanderen (Breskens, Terneuzen). Op 24 mei verlaten de laatste geallieerde troepen het Nederlandse grondgebied zich terugtrekkend in de richting van Duinkerken. Meer dan vier jaar duurt het voordat zij er weer terugkeren.

Zeshonderd Franse soldaten krijgen hun laatste rustplaats in Nederland. Na de oorlog worden degenen die niet naar de familiebegraafplaatsen in Frankrijk zijn gerepatrieerd, geleidelijk aan samengebracht op één plek, de militaire begraafplaats van Kapelle in Zeeland (in 1940 was Kapelle de thuisbasis van het hoofdkwartier van het 271e regiment). De begraafplaats wordt onderhouden door de stichting le Souvenir Français en door de gemeente van Kapelle. Er bevinden zich vandaag de dag meer dan 200 graven (waarvan er nog een honderdtal niet geïdentificeerd is). En elk jaar wordt er een herdenkingsceremonie gehouden die georganiseerd wordt door de Franse ambassade en de gemeente van Kapelle, ter ere van deze soldaten die ver van hun land hun leven hebben opgeofferd. De ceremonie vindt plaats op een donderdag in de "Franse week" van Kapelle (Toujours Kapelle) in mei. Dit jaar zou dit op 14 mei zijn en van grote omvang in verband met de 80-jarige herdenking. Echter heeft de coronacrisis geleid tot de annulering van de officiële ceremonie. Een kranslegging door de Franse Ambassadeur en in aanwezigheid van de Defensie attaché vond plaats om toch een eerbetoon te brengen aan de Franse soldaten die 80 jaar geleden gesneuveld zijn op Nederlands grondgebied.

De herinnering aan Generaal Deslaurens is niet vergeten. Zijn monument bevindt zich bij de ingang van de haven van Vlissingen, op de plaats waar zijn laatste gevecht heeft plaatsgevonden. Elk jaar wordt er op de dag dat de herdenkingsceremonie in Kapelle plaatsvindt, in de ochtend een eerbetoon in Vlissingen gehouden.

- Lees ook : Herdenkingsceremonie te Kapelle 12 mei 2020

gepubliceerd op 26/05/2020

naar boven