De geografie van Frankrijk uitgediept [fr]

Frankrijk is de meest uitgestrekte staat van Europa, met een oppervlakte van 551 500 km2. Op 1 januari 2011 telde het land 65 027 000 inwoners. De geografische omvang van Frankrijk is echter niet te vergelijken met die van de enorme staten van de andere continenten, met name die van de Verenigde Staten, van Brazilië, van Rusland, van India of van China...

De Franse zeshoek

Het Franse grondgebied heeft de vorm van een zeshoek. Het gebied heeft zich gevormd vanaf de middeleeuwen, gedurende ten minste duizend jaar, door de aanhoudende wil tot eenwording van de koningen en daarna van de Republiek. De evenwichtige zeshoek is omgeven door drie grote zeeën en drie landsgrenzen. Hij heeft zijn huidige omvang verkregen aan het einde van de Frans-Duitse oorlogen van de 19e en 20ste eeuw.

In het zuiden wordt de grens met Spanje gevormd door de bergketen van de Pyreneeën die het hoogste punt bereikt op de bergtop van Aneto met 3 404 meter. In het oosten vormen de Alpen en de Jura de grens met Italië en Zwitserland, terwijl de middenloop van de Rijn Frankrijk en Duitsland scheidt. Dit zijn «natuurlijke» grenzen, die lange tijd ondoordringbaar zijn geweest. Tegenwoordig veroorzaken ze serieuze problemen wat betreft het oversteken ervan, via bergpassen, bruggen en (spoor)wegtunnels, gezien de toename van het Europese verkeer. De Pyreneeën, de Alpen en de Jura geven Frankrijk een bergachtige dimensie die het deelt met de buurlanden. De noordelijke Franse Alpen vormen het grootste skigebied van Europa en staan aan de oorsprong van de meeste bergsporten. De Mont Blanc is de hoogste berg van Europa met een hoogte van 4 807 meter.

In het noorden daarentegen is de grens met Duitsland, Luxemburg en België veel toegankelijker. Hij valt samen met de Ardennen, een niet al te hoog oud gebergte, en met de grote vlakte van het noorden van Europa. Deze grens was gedurende lange tijd de plaats van conflicten, van veldslagen en van invasies.
Tegenwoordig is het, op verschillende punten, het gebied waarin zich een intensieve grensactiviteit afspeelt tussen de streek rondom Rijssel en België, tussen Lotharingen, Luxemburg en Saarland. Andere grensoverschrijdende gebieden, gestimuleerd door de Europese akkoorden, tekenen zich echter af aan de middenloop van de Rijn tussen de Elzas en Baden-Würtemberg, rond Basel-Mulhouse en Genève, in het gebied rondom Nice, in Catalonië en in Baskenland.

Frankrijk heeft het uitzonderlijke voorrecht gelegen te zijn aan drie, zoniet vier zeeën. In het zuiden de Middellandse Zee, met een zeer zonnige kuststreek, stijl en schilderachtig in de Provence en de Riviera, met lange zandstranden in de Languedoc. In het zuidwesten de Atlantische kust, met een wat vochtiger, maar zacht en helder klimaat, een kustgebied dat op de meeste plaatsen bestaat uit zandstranden omringd door moerassen of duinen. In het noordwesten het Kanaal en de Noordzee, de meest gebruikte zee-«Channel» van deze planeet, tussen de Atlantische Oceaan en de grote Belgische, Nederlandse, Britse en Duitse havens van de Noordzee. Frankrijk beschikt over twee havengebieden van Europese omvang, Le Havre en Rouen in het lage Seinedal en Marseille aan de Middellandse Zee aan de monding van het Rhônedal. Het land had een grote zeemacht kunnen zijn, is dat echter nooit geweest en is dat nu minder dan ooit. De voornaamste Franse kustactiviteit is tegenwoordig het toerisme, dat overal is ontwikkeld, van de Noordzee tot aan de Middellandse Zee. De kwaliteit van de kusten draagt bij aan het feit dat Frankrijk, met de bergmassieven, het platteland en de historische steden, het land van Europa en van de wereld is dat de meeste toeristen ontvangt.

Een Europees kruispunt

Het Franse grondgebied is gevestigd op de iets verdikte landengte die, in het westen van Europa, de Middellandse Zee van het Kanaal en de Atlantische kust scheidt en die het Iberisch schiereiland met de rest van het vasteland verbindt. In dit verband heeft het bekken van Parijs altijd een bepalende rol gespeeld en speelt deze nog altijd, vanwege de goede verbindingen, op ieder moment van de geschiedenis, vanwege zijn uitgestrektheid, vanwege de agrarische kwaliteit van de grond en vanwege de hydrografische samenkomst rond de twee grote rivieren, de Seine en de Loire. Het is de bakermat van de Franse natie, het domein van de koningen waaraan de andere provincies zich hebben aangesloten, de belangrijkste regio van de Republiek. Het gebied wordt gedomineerd door Parijs, een van de grootste steden en een van de grootste stedelijke gebieden van Europa en de wereld: 2 211 297 inwoners in Parijs, 11 659 260 in Île-de-France (januari 2008). Hier kunnen de steden aan de buitenkant van het bekken aan toegevoegd worden, Caen, Rouen, Le Havre, Amiens, Reims, Orléans, Tours... Dit sterk door Parijs gedomineerde stedelijke netwerk wordt versterkt door de intensiteit van het Europese verkeer dat er doorheen komt, tussen het Verenigd Koninkrijk, de Benelux en Duitsland en verder naar het zuiden, Italië en het Iberisch schiereiland.

Twee grote verkeersassen maken het geheel compleet. Zij maken het Franse grondgebied tot een van de belangrijkste kruispunten van West-Europa en in ieder geval tot het meest uitgestrekte en het onvermijdelijkste kruispunt vanwege het internationale verkeer. In het oosten bevindt zich de grote noord-zuid as van het Rijndal, het Moezeldal, het Saônedal en het Rhônedal, hier en daar onderbroken, maar tegenwoordig goed verbonden door middel van snelwegen en hogesnelheidstreinen (TGV). Deze as is afgebakend door zeer grote steden : Metz, Nancy, Straatsburg, Lyon, Grenoble, Saint-Etienne, Marseille. In het zuiden speelt het kustgebied aan de Middellandse Zee, dat verlengd wordt door het Garonnedal en het bekken van Aquitaine, een vergelijkbare rol met steden als Nice, Marseille, Montpellier, Toulouse en Bordeaux. In plaats van de oude industriële bekkens, zoals Lotharingen en Nord-Pas-de-Calais, die ingesteld waren op steenkool, ijzer en textiel, zijn het tegenwoordig deze steden en metropolen, alsmede de Parijse regio, waar de bevolking en de rijkdommen van de industrie en de tertiaire activiteiten zich concentreren. Zo hebben drie grote agglomeraties een bevolking in de orde van een miljoen inwoners : Rijssel-Roubaix-Tourcoing, nabij België en Engeland; Lyon, het belangrijkste kruispunt van communicatie en economisch initiatief na Parijs, dichtbij Zwitserland en Italië ; Aix-Marseille, de poort van de Middellandse Zee.

In het westen van het land, in het Massif armoricain en randgebied, en vooral in het Massif central en omgeving is het isolement groter en zijn er minder grote steden: Rennes, Brest, Poitiers en Nantes, Limoges en Clermont-Ferrand. Daar blijft het rurale overwicht het sterkst met een min of meer dicht netwerk van kleine en middelgrote steden.

Verscheidenheid, eenheid en centralisme

Frankrijk wordt gekenmerkt door een verbazingwekkende verscheidenheid, waaraan de Fransen veel plezier beleven. Ze worden dikwijls geplaagd en benijd om de verscheidenheid van hun kazen, hun wijnen, hun culinaire gewoonten...

Ze blijven ook erg gehecht aan hun gemeenten, basis van het territoriale bestuur van de Republiek, met de departementen en de regio’s. Met een aantal van iets meer dan 36 000 vormen de Franse gemeenten een uniek stelstel in Europa en in de wereld door hun buitengewone verspreiding.
De 22 regio’s en 100 departementen van het moederland, die redelijk groot zijn, zijn niettemin in het algemeen kleiner van omvang dan hun buitenlandse equivalenten.

De verscheidenheid van het Franse grondgebied, die het enerzijds aan de geschiedenis en anderzijds aan de geografie dankt, is evenredig aan het bestuurlijke systeem. Verscheidenheid van klimaten, van het Middellandse zee- tot het oceaanklimaat, van het zee- tot het landklimaat.
Verscheidenheid van reliëfs, van de grote vlakten van het midden van het bekken van Parijs tot de toppen van de Alpen of de Pyreneeën, van de rimpelingen van de middelhoge bergen van het Massif central of de Vogezen tot de grote Rhône- of Loiredalen. Verscheidenheid van aansluitingen bij het Franse grondgebied, vanaf het Île-de-France, het hart van het land sinds de eerste Capetingische vorsten, tot aan de Savoie, het hertogdom van Nice, de Elzas en Lotharingen, gebieden waar met anderen over getwist is tot in de 19e en 20ste eeuw.
Verscheidenheid van oorspronkelijke talen, van dialecten en van gewoonten. Verscheidenheid van steden, de meeste met een zeer oude geschiedenis. Verscheidenheid van regio’s en streken. Deze territoriale mozaïek vormt de voortzetting van hetgeen Frankrijk lange tijd was: een rurale landbouwnatie, gevestigd in eeuwenoude tradities, rijk (of arm) aan een policultuur die nog steeds steunt op de volgende drie pilaren: een graansysteem met zeer hoge productiviteit, dat de overhand heeft in het bekken van Parijs, een traditie van veeteelt die nog altijd vol levenskracht is in het westen en het Massif central, en een mediterrane versie gebaseerd op wijnbouw, fruit- en groenteteelt.

Dit alles heeft geleid tot de diversiteit en de schoonheid van de landschappen, die variëren van vlakten tot wallenlandschappen, van bossen, struikgewassen en wijngaarden tot geïrrigeerde gebieden.
Vandaar ook dat Frankrijk een grote plaats in de Europese landbouw inneemt, met name voor de graangewassen, de runderproductie, de melkproductie, de wijn, de vruchten en de groenten...

Om dit alles compleet te maken kunnen we nog een tropische noot toevoegen met het Caribisch gebied, de Indische Oceaan et de Stille Oceaan.

Het is paradoxaal - tenzij het een kwestie van complementariteit is - dat deze mozaïek een staat en een grondgebied heeft opgeleverd die het meest gecentraliseerd zijn van Europa en tot de meest gecentraliseerde gebieden van de wereld behoren. De staat, die zijn taken gedeeltelijk overdraagt aan de departementen en de gemeenten, brengt de eenheid van de Republiek tot uitdrukking. Deze is overal aanwezig in de overheidsdiensten, vooral in het onderwijs. De industriële groei van de 19e en de 20ste eeuw en de uitbreiding van het transportnetwerk, de vestiging van de universiteiten en de grandes écoles (hoge scholen) die in het begin erg geconcentreerd waren rondom Parijs en de vestiging van een kapitalisme, dat meestal steunt op de staat en de grote nationale bedrijven, hebben bijgedragen tot de vorming van een zeer gecentraliseerd gebied, waarin Parijs en de provincie tegenover elkaar staan, een provincie met heel dynamische regio’s als Rhône-Alpes en andere, minder bevoorrechte regio’s als de Auvergne of de Limousin. Het belangrijkste resultaat van deze enorme concentratie blijft het transportnetwerk met de spoorwegen die het stervormig patroon van de oude koninklijke wegen hebben overgenomen en met heden ten dage de luchtlijnen en de hogesnelheidslijnen die het patroon van de spoorwegen uit de 19e eeuw hebben aangehouden. Alles komt samen in Parijs. Alles ontstaat in Parijs. Een zeer krachtige politiek van ruimtelijke ordening, die men vastberaden heeft gevoerd sinds de Tweede wereldoorlog, heeft deze trend zeker zeer sterk gecorrigeerd, net zoals de decentralisatiewetten van 1982. De centralisatie blijft echter kenmerkend voor het Franse grondgebied. Vroeger was het een centralisatie van de industriële productie en van de voornaamste diensten, tegenwoordig is het een centralisatie wat betreft de beslissingen, de meest voorname diensten, de mode, de kunst en de cultuur.

De drie gezichten van Frankrijk

Het hedendaagse Frankrijk kan, na de crisis die de landelijke en de industriële gebieden diep heeft getroffen, ingedeeld worden in drie grote soorten landschappen. Deze landschappen lijken identiek door hun gemiddelde bevolkingsdichtheid van 112 inwoners per km2, die aanzienlijk lager is dan de bevolkingsdichtheid van bijna alle buurlanden.

Parijs en het Île-de-France blijven uniek in hun soort. Dit gebied is steeds meer een grote stedelijke regio die de grenzen van het île-de-France overschrijdt en die slechts het grote Londen als equivalent in Europa heeft. Ze blijft veruit de eerste Franse regio op bijna alle terreinen. De grootste publieke investeringen moeten nog altijd daar worden toegekend, ondanks de inspanningen van de regering in tegengestelde richting. Parijs is een prestigieuze hoofdstad met een wereldwijde aantrekkingskracht op alle gebieden, weliswaar meer wat betreft politieke, toeristische, artistieke en culturele zaken dan op economisch vlak. De bevolking van Parijs en van het Île-de-France groeit praktisch niet meer, maar de Parijse randgebieden strekken zich tegenwoordig uit tot de aangrenzende regio’s. Parijs en zijn buitenwijken zijn de belangrijkste «melting pot» van Frankrijk.

In de metropolitische gebieden van Frankrijk, die verspreid liggen over bijna alle regio’s, groeit op het moment de bevolking het meest, evenredig aan hun economische dynamiek. Sommige regio’s, zoals Lotharingen, Nord-Pas-de-Calais en Haute-Normandie, blijven erg getekend door de industriële crisis van de jaren 70 en 80. In oude industriële centra, zoals Saint-Etienne, Le Havre en Montbéliard daalt het inwonertal. Dit zijn uitzonderingen. Bijna overal hebben de ontwikkeling van diensten en enkele industriële successen de stedelijke groei ten gevolge. Zo ontstaan nieuwe buitenwijken en nieuwe plattelandsgebieden die tot leven gebracht worden door de directe invloed van de steden in de buurt. In bijna alle Franse regio’s komt dit verschijnsel van
« metropolisatie » voor, zowel rond agglomeraties van 200 000 inwoners zoals Caen, Le Mans en Angers in het westen, als in de belangrijkste metropolen in het oosten en het zuiden van het land zoals Grenoble, Montpellier en Bordeaux. De meest duidelijke groei heeft plaats in de metropolen die gedragen worden door de grootste economische successen, zoals de tweekoppige kern Nantes-Saint-Nazaire aan de monding van de Loire, de belangrijkste metropool wat betreft industrie en diensten in het westen, of Toulouse, de Europese stad van de luchtvaartindustrie.

Naast deze metropolitische gebieden blijft een puur landelijk Frankrijk bestaan, slechts verlevendigd door kleine, vaak charmante steden. De landbouw, vaak in familiebedrijfjes met lage productie, staat steeds meer plaats af aan braakland of herbebossing. De bevolking neemt af, zowel door daling van het geboortecijfer, als door emigratie. Deze heeft bijna haar uiterste grenzen bereikt. De bevolkingsdichtheid komt onder de 20 inwoners per km2. Na de afname van het aantal industrieën en het vertrek van de boeren worden de overheidsdiensten aan de orde gesteld.

Het toerisme, zowel in de weekends als in de zomer, is de belangrijkste economische activiteit geworden. Alle Franse regio’s hebben in hun randgebieden te maken met dit verschijnsel, maar meer in het bijzonder de regio’s in het centrum, vanaf het zuiden van Lotharingen tot aan de Pyreneeën, met daartussen Auvergne en de Limousin. Het is « het lege Frankrijk », maar ook een onschatbaar historisch, natuurlijk en cultureel erfgoed, dat nog altijd levendig en verleidelijk is, een gebied van herinnering en stilte.

De buitengewone verscheidenheid van de gebieden in Frankrijk is een illustratie van die van Europa, maar met nog meer contrasterende elementen. « Vieux pays » (oud land) schreef generaal de Gaulle, oud door de duizendjarige geschiedenis, door de gelaagdheid van gebruiken en tradities, door het ouder worden van de bevolking. Deze veroudering blijft echter minder uitgesproken dan in de rest van Europa.
Zo is ook de verkleining van het evenwicht tussen geboorten en sterfgevallen minder duidelijk en blijft het overschot positief.
Frankrijk is ook een opvangland, zoals het dat gedurende de hele geschiedenis is geweest, waarbij het achtereenvolgens de grote invasie- of immigratiegolven opnam uit het zuiden en het oosten van Europa, en, tegenwoordig, uit de Maghreb, Afrika en de tropische eilanden. Op dit moment heeft de geïmmigreerde bevolking een aantal bereikt van 3 263 000 mensen, maar tijdens de laatste tien jaar is de immigratie weinig omvangrijk geweest. Het Frankrijk van de metropolen heeft het land van oude plattelandsgebieden en kleine steden vervangen. Meer dan drie kwart van de bevolking leeft in de steden en meer nog in de directe omgeving van een grote stad. Dit is het nieuwe wezen van Frankrijk, een land met een zeer uitgesproken nationale eenheid en een buitengewone diversiteit van gebieden en mensen.

gepubliceerd op 23/01/2014

naar boven