Europa en de Frans-Duitse betrekkingen

’Pas op! Wat wil Duitsland nu echt?’

De nieuwe Franse ambassadeur in Den Haag, Anne Gazeau-Secret (52), verloochent haar verleden niet. Tot voor kort was ze in Parijs woordvoerder van de minister van Buitenlandse Zaken, Védrine. Met verve verdedigt ze nu het Franse voorzitterschap van de Europese Unie, dat culmineerde in de turbulente top van Nice, eind vorig jaar. Ze erkent dat op de resultaten veel kritiek is gekomen, maar vindt die ’niet erg eerlijk’. ’De waarheid is dat iedereen erg opgelucht is. De angst was groot dat de top zou mislukken. In Nice ging het erom dat we de EU gereed moesten maken om nieuwe lidstaten toe te laten. Dat we daarin geslaagd zijn, blijkt wel uit de positieve reacties van de kandidaatleden.’

- Hoe verklaart u dan dat zelfs de Franse pers, van links tot rechts, teleurgesteld was over ’Nice’?

’De verwachtingen waren te hooggespannen. Men overschat de macht van het voorzitterschap. Toen president Chirac aan de vooravond van Nice alle Europese hoofdsteden langs ging, kreeg hij steeds te horen: ’’Het spijt me, meneer de president, maar ik moet straks wel thuiskomen met een akkoord dat ik in het parlement of in een referendum kan verdedigen. Er zijn grenzen aan wat ik kan accepteren.’’ Hier in Nederland was de eis bijvoorbeeld méér stemmen in de Europese ministerraad dan België. Rekening houdend met alle wensen is het akkoord van Nice het maximaal haalbare. Het is nu aan de vijftien lidstaten om uit te leggen waarom ze ermee hebben ingestemd.’

- Maar kennelijk is er wel degelijk schade aangericht, met name tussen Frankrijk en Duitsland. Waarom zouden de leiders van beide landen anders vandaag bijeenkomen voor een ingelaste top?

’Ach, ik hoor al heel lang dat de relatie tussen Frankrijk en Duitsland niet goed zou zijn. De discussie is niet van vandaag of gisteren. De eenwording van Duitsland vormde een keerpunt, evenals het besluit om de Unie uit te breiden. Europa is de afgelopen tien jaar veranderd, en dat heeft natuurlijk gevolgen voor de Frans-Duitse verhouding. We hebben ook te maken met andere politieke leiders. Kohl en Mitterrand, die samen de euro hebben gelanceerd, zijn weg. Een goede verhouding is nog steeds noodzakelijk, maar niet langer voldoende.

’Soms nemen we initiatieven met andere landen. Wij staan samen met de Britten aan de basis van een Europese defensiemacht. En dankzij de inspanningen van Nederland is het defensiebeleid verankerd in het verdrag van Nice.

’De Frans-Duitse motor blijft niettemin belangrijk om Europa in beweging te houden. Grote meningsverschillen kunnen belemmerend werken. Daarom zijn de andere landen voorstander van een goede relatie. Soms zijn ze jaloers op onze relatie, maar als die niet goed is, maken ze ze zich ernstig zorgen.’

- Heeft Duitsland niet een concreter beeld van een toekomstig Europa dan Frankrijk? Denk maar aan de befaamde rede van de Duitse minister Fischer over een federaal Europa, en het recente pleidooi van bondskanselier Gerhard Schröder voor een duidelijk afbakening van bevoegdheden tussen ’Brussel’ en de nationale hoofdsteden.

’Het is niet zo duidelijk wat de Duitsers werkelijk willen. Als ze praten over Kompetenzabgrenzung, bedoelen ze dan méér of juist minder ’Europa’? Iedereen doet alsof hij Europeser is dan zijn buurman, maar pas op! Als men pleit voor een Europese federatie, wat verstaat men dan daar onder? Als een politicus praat over een Europese grondwet, wat bedoelt hij dan? Zo’n grondwet kan de macht van de Europese Commissie beperken, of juist uitbreiden. De discussie daarover moet nog gevoerd worden.

’Vorig jaar organiseerde minister Védrine in Evian een rondetafelgesprek met zijn Europese collega’s over de onderwerpen die Fischer had aangekaart. Interessant was dat de meeste landen zeer terughoudend reageerden. Ze willen hun identiteit niet kwijtraken in een meer geïntegreerd Europa.’

- Schröder heeft gesuggereerd dat de as Berlijn-Parijs aan belang gaat inboeten, met name als Midden- en Oost-Europese landen massaal toetreden tot de EU. Krijgt hij gelijk?

’Frankrijk onderkent dat de wereld is veranderd, en de Frans-Duitse relatie misschien een andere betekenis moet krijgen. We moeten ons aanpassen aan een groter Europa, waarin de Midden-en Oost-Europese landen een nauwe relatie met Duitsland hebben. Maar wij hebben ook goede relaties hoor, Polen bijvoorbeeld is van oudsher een grote vriend van Frankrijk. De situatie wordt natuurlijk complexer. Vroeger waren we met z’n zessen, straks telt de EU meer dan twintig leden.’

- Is het probleem voor Frankrijk niet vooral de grootte en de macht van Duitsland? Moet Frankrijk zich niet in de eerste plaats aanpassen aan het nieuwe Duitsland, dat steeds zelfverzekerder lijkt te worden?

De ambassadeur reageert geprikkeld: ’Um so besser! We hebben een zelfverzekerd, sterk Duitsland nodig. Een paar jaar geleden was het onvoorstelbaar dat het land troepen naar de Balkan zou sturen. We zijn er erg gelukkig mee dat het nu toch gebeurt, het helpt ons om de vrede te bewaren. Bravo! We hebben helemaal niet het gevoel dat we terrein verliezen ten opzichte van de Duitsers. Geloof me, we hebben geen last van een minderwaardigheidscomplex."

gepubliceerd op 02/11/2021

naar boven