Hoe Monet de strijd tegen staar won [fr]

«Monet is enkel een blik, maar wat een blik!», zei Cézanne. Ja, maar wel met een ziek oog, waardoor de schilder bijna blind werd in de tijd dat hij de serie Nymphéas aan het voorbereiden was. Het Musée Marmottan Monet in Paris organiseerde in 2009 een boeiende expositie waarbij met de hulp van bekende oogspecialisten werd aangetoond hoe Monet (1840-1926) de strijd tegen staar won.

JPEG - 174.1 kB

Een verschrikkelijke min of meer invaliderende visuele handicap, waardoor hij veranderingen moest aanbrengen op zijn palet om met zijn beperkte gezichtsvermogen specifieke momenten op het doek vast te kunnen leggen.

Claude Monet woonde sinds 1883 in Giverny waar hij er een « watertuin » op nahield met een Japans bruggetje en alle mogelijke soorten waterlelies. De witte waterlelies inspireerden zijn Nymphéas-serie van 1914 tot 1926. De dag na de wapenstilstand van 11 november 1918 schreef Monet aan zijn vriend en toenmalige Eerste Minister, Georges Clemenceau: «Ik sta op het punt twee paneelschilderingen te voltooien die ik op “jour de la Victoire” wil signeren en ik vraag je om deze aan de Staat te schenken. Het is niet veel, maar het is de enige manier die ik heb om bij te dragen aan de algemene vreugde».

Clemenceau kwam snel naar Giverny en stelde Monet voor de Nymphéas in de Orangerie van de Tuileries te plaatsen, bij de Seine. Een bevoorrechte plek voor deze schilder die zijn leven lang een grote bewondering voor de natuur heeft gehad. Monet gaf Frankrijk een serie van acht zeer grote panelen cadeau die hij nog niet had voltooid, maar die hij wilde installeren in twee ellipsvormige zalen met natuurlijk licht. De 22 panelen van 2 meter hoog en bijna 100 meter lang lieten een waterlandschap zien met waterlelies, wilgentakken, en de weerspiegeling van bomen en wolken in het water, waardoor de bezoeker volledig opgaat in het landschap, zonder een horizon of oevers te zien.

Monet werkt zonder ophouden aan zijn historisch cadeau aan Frankrijk in het nieuwe atelier dat hij in Giverny heeft laten installeren. Echter, reeds vanaf 1912, op 72-jarige leeftijd, bemerkt hij de eerste symptomen van staar en constateert hij dat hij niet meer kan zien met zijn rechter oog. Een oogspecialist diagnosticeert staar aan beide ogen, waarbij het rechter oog zwaarder getroffen is dan het linker, die Monet’s visie van kleuren in een soort mist verandert – een drama voor deze gepassioneerde van kleuren en licht. Zijn vriend Clemenceau raadt hem aan zich te laten opereren, maar Monet weigert eerst, omdat hij bang is dat een operatie hem blind zal maken of zijn perceptie van kleuren zal aantasten.

Pas in 1923, als ook zijn linkeroog in dergelijke mate verslechtert dat hij niet meer kan lezen of schrijven, gaat hij uiteindelijk akkoord om zich te laten opereren. De operatie wordt een succes en hij kan dus de waterlelieserie Nymphéas afmaken waar hij de twintig laatste jaren van zijn leven aan heeft gewijd. Maar hij zou nooit het museum zien, «de sixtijnse kapel van het impressionnisme» zoals kunstenaar André Masson deze plek noemde. Want deze werd pas enkele maanden na zijn dood 5 december 1926, officieel in mei 1927 geopend.

complete tekst in het Frans

gepubliceerd op 22/05/2017

naar boven