Laïciteit

“Laïciteit” zou het beste omschreven kunnen worden als een systeem met een politieke ruimte waar godsdienst een pure privé-aangelegenheid is. Alles wat met de overheid te maken heeft, is absoluut neutraal ten aanzien van geloofsovertuigingen en -uitingen. De Franse Republiek is gebaseerd op het principe van de laïciteit dat in de grondwet is vastgelegd en de vrucht is van een lange historische traditie. Het is een erfenis van de Franse Revolutie in 1789 en de Derde Republiek met de wet van Ferry uit 1882 die voor het eerst de leerplicht instelde voor meisjes en jongens van 6 tot 13 jaar en daarbij de school openbaar, gratis en niet-confessioneel maakte en de wet van Goblet uit 1886 die benadrukte dat het onderwijs op openbare scholen uitsluitend door niet-confessioneel personeel kon worden gegeven.

Op 9 december 1905 werd de laïciteit officieel bekrachtigd door een wet die de Kerken van de Staat scheidde. Door de laïciteit in de overheidsinstellingen te verwortelen en geen enkele religie officieel te erkennen, gaat deze wet uit van vrijheid van geweten en religie, vrijheid van organisatie voor de verschillende geloofsgemeenschappen, maar ook hun gelijkheid ten opzichte van een wet die geen enkele religie als zodanig erkent, maar wel het recht op een plek voor geloofsbelijding, en neutraliteit van de overheidsinstellingen. Deze neutraliteit geldt in het bijzonder voor scholen en voor de vrijheid van onderwijs.
Hoewel veel Fransen deze scheiding in het begin als pijnlijk ervoeren en dit veel conflictsituaties met zich meebracht, heeft deze scheiding van Kerken en Staat het ook mogelijk gemaakt om trapsgewijze een «laïciteitspact » op te zetten in Frankrijk: een burgerlijke verbondenheid rondom de waarden en de principes van de laïciteit.

We zien echter dat er tegenwoordig nieuwe ontwikkelingen gaande zijn. Er worden eisen gesteld met een culturele of religieuze drijfveer. Nieuwe problemen komen op bij uitvoering van het laïciteitsprincipe op de werkvloer, bij openbare instellingen, en in het bijzonder op scholen.
De belangrijkste factoren die hebben geleid tot deze vraagstellingen is het probleem dat geïmmigreerde bevolkingsgroepen hebben om te integreren; het probleem ook om verschillende culturen tot elkaar te brengen; en, met name in het kader van de uitbreiding van de Europese Unie, de botsing met andere staatsvormen die zich anders opstellen ten opzichte van de Kerken.

Sommigen zien in deze nieuwe situatie een bedreiging voor de laïciteit en vragen om deze door middel van een wet te bevestigen en opnieuw te bekrachtigen. Deze mensen wensen een strikte naleving van de wet van 1905, terwijl anderen eerder een aanpassing wensen.

Om het hoofd te kunnen bieden aan deze moeilijkheden en debatten, die ook nu weer de scholen als centraal aandachtspunt hebben, is er op 3 juli 2003 door de President van de Republiek een commissie ingesteld onder leiding van Ombudsman, Bernard Stasi. Op 11 december heeft deze commissie haar voorstellen ingediend. Op basis daarvan heeft Jacques Chirac op 17 december 2003 de volgende maatregelen aangekondigd: een eerste wet die het dragen van opvallende religieuze tekens op school verbiedt; een tweede wet over de toepassing van het laïciteitsprincipe in ziekenhuizen. Een speciale instelling zal toezien op de juiste toepassing van de laïciteit en een codex worden opgesteld ten aanzien van de laïciteit voor mensen die voor de Overheid werken.
De gekozen richting is dus die van een bevestiging van het laïciteitsprincipe binnen de Franse Republiek.

Meer weten:

- Veel gestelde vragen
- Artikel in Label France over laïciteit (in het Engels) op de site van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken
- Download de text van de conferentie van Blandine Kriegel:

PDF - 147.2 kB
(PDF - 147.2 kB)


- Quelle laïcité aujourd’hui ? op www.vie-publique.fr

Bron: Jean Baubérot, La Laïcité, Images de la France, site du Premier Ministre.

Januari 2001 - Bijgewerkt : maart 2004

gepubliceerd op 24/10/2017

naar boven