"Le théâtre de la Ville" : Parijse tempel van hedendaagse dans [fr]

Elk jaar staat er vanaf de eerste maandag in juli voor de nog dichte loketten een lange rij mensen te wachten voor de ingang van het Théâtre de la Ville in Paris : het zijn de zogenaamde «aficionados» van hedendaagse dans. Zij willen zich ervan verzekeren dansspektakels van het komende seizoen te kunnen bijwonen. Zij weten dat het onmogelijk is de meest vermaarde dansgezelschappen te zien zonder zich verschillende maanden van tevoren te hebben ingeschreven.

Le théâtre de la Ville - JPEGSinds 1862 staat het imposante Haussmanniaanse gebouw van het Théâtre de la Ville tegenover het Théâtre du Châtelet op het plein met dezelfde naam, in hartje Parijs. Toch vindt men in dit theater sinds dertig jaar choreografen die zich in de voorhoede bevinden op het gebied van hedendaagse dans. Het was in 1968 dat dit theater zijn programmering van enkel toneelvoorstellingen heeft omgegooid (en zijn naam théâtre de la Ville-Sarah Bernard daarbij verloor) en is begonnen met het programmeren van choreografie. Onder directie van eerst Jean Mercure, en vervolgens, vanaf 1985, Gérard Violette, kreeg dans een belangrijke plaats in het theater.

Hierdoor hebben de Amerikaanse Alwin Nikolaïs, Merce Cunningham, Carolyn Carlson, Trisha Brown enz. de vrije geest die rondwaarde tijdens de «happenings» op de daken van de New-Yorkse buildings, op de scène kunnen overbrengen. Vervolgens ontstond in de jaren 1990 de nieuwe « school » van Franse dans met o.a. Philippe Decouflé, Jean-Claude Gallota, Régine Chopinot die het publiek in verrukking brachten met hun uit de toon vallende humor, hun onsamenhangende gebaren en hun merkwaardige creaties.

Het was ook in de jaren 1990 dat het théâtre de la Ville zijn deuren opende voor Europa met de komst van Belgische, Engelse en Nederlandse choreografen. Dit waren ook de jaren van de opkomst van het markante Tanztheater van de Duitse Pina Bausch. Het théâtre de la Ville dankt voor een groot deel zijn succes aan deze dame uit Wuppertal wier dansgezelschap in de loop der jaren een bijzondere band heeft opgebouwd met het theater. Het theater heeft namelijk de exclusiviteit van alle premières van Pina Bausch waar zij gebruik maakt van de fantastische technische mogelijkheden die het plateau van dit theater biedt. Deze premières zijn in de loop der jaren een absolute must geworden. Ongewone gebaren, hallucinaties, seksualiteit, de luchtigheid van de alledaagsheid en de gewichtigheid van de actualiteit, de stijl van Pina Bausch verbaasde eerst, verbijsterde, en veroverde vervolgens een steeds groter wordend publiek.

Want het Théâtre de la Ville voedt het publiek op, drijft het in het nauw door soms provocerende avant-garde spektakels aan te bieden. Het is niet altijd even rustig op deze schijnbaar brave plek: het komt wel eens voor dat toeschouwers vol onbegrip, of zelfs gechoqueerd voorstellingen uitfluiten of de zaal verlaten. Maar vaak lijkt er een magische kracht aanwezig als, gezeten in een van de amfitheatersgewijs opgestelde 987 stoelen, iedereen zijn adem inhoudt en verbijsterd toekijkt als zeven Japanse dansers van de groep Sankaï Juku, vrijwel bloot en wit beschilderd, traag en sensueel de fameuse butô opvoeren: de dans der duisternis !

In de jaren 2000-2010 heeft het théâtre de la Ville zich bevestigd als plek die open staat voor de creatieve wereld. Nu zijn het choreografen uit Australië (Gary Stewart), Vietnam (Ea Sola), India (Akram Khan), Fasso Burkina (Salia Ni Seydou) die zich vereerd voelen hier te worden uitgenodigd.

Gesteund sinds 30 jaar door een sterke institutionele wil, is het théâtre de la Ville erin geslaagd om de Parijse tempel te worden van de dans terwijl het de pioniersgeest van een waar laboratorium heeft weten te behouden.

Vrije vrtaling van een tekst van Kidi Bebey

gepubliceerd op 09/09/2014

naar boven