Pétanque / Jeu de Boules

JPEG

Pétanque, uitgesproken als "pee-tank", is één van Europa’s populairste buitenspellen. Het heeft raakvlakken met hoefijzer werpen en met het Italiaanse ’bocce’. Het spel is ontstaan in de Provence in de vroege jaren 1900. Het doel is om - onderhands, met de palmen omlaag - een aantal stalen ballen zo dicht mogelijk in de richting van een kleine houten bal te gooien, die men de “but” of "cochonnet" noemt ("biggetje” in het Frans). De spelers gooien om de beurt, en wie het dichtst bij de but eindigt wanneer alle ballen zijn gespeeld, krijgt een punt. In tegenstelling tot het hoefijzer werpen, kan de but bij pétanque op elk gewenst moment worden geraakt, waardoor de score in de laatste seconde nog volledig kan omdraaien. En terwijl de officiële bocce-regels vragen om een baan die is geprepareerd met markers en sideboards, kan pétanque op de meeste buitenoppervlakken worden gespeeld. Er is geen speciale vaardigheid nodig, volwassenen kunnen met kinderen spelen, en het spelmateriaal is goedkoop. Het spel van pétanque is eenvoudig, ontspannend, leuk en het is een ideale manier om nieuwe vrienden te maken. En last but not least, pétanque kan worden gespeeld onder het genot van een lekker drankje (in Frankrijk vaak pastis) en wat lekkere borrelhapjes! Geen wonder dat dit uiterst aangename spel wereldwijd steeds populairder wordt.

Basisregels van Pétanque

Het spel wordt gespeeld door twee teams van ieder één, twee of drie spelers. Elke speler gebruikt twee of drie boules. Gooi een munt op om te beslissen welk team begint. Het winnende team tekent een cirkel, wat tijdens die ronde het gooipunt zal zijn, en één van hun spelers gooit de but vanuit deze cirkel tussen de 6 en de 10 meter weg, gevolgd door de eerste boule, die zo dicht mogelijk bij de but terecht moet komen. Dan is het andere team aan de beurt. Deze moet nu dichterbij de but zien te komen en moet boules werpen tot ze hierin slagen. Zodra ze dichterbij zijn gekomen, is het eerste team weer aan de beurt, enzovoort. Wanneer het ene team geen boules meer heeft, gooit het andere team zijn resterende boules. Het team met de dichtstbijzijnde boule krijgt een punt. Het team heeft zoveel punten als boules die dichter bij de but liggen dan die van het andere team. Het winnende team start een nieuwe ronde. Het eerste team dat 13 punten behaalt, wint. “Voilà, c’est tout!” Spelers moeten altijd in de cirkel staan, met de voeten bij elkaar. Het raken van de boules van het andere team is niet alleen toegestaan, maar des te leuker! Er is geen regel over welke teamspeler gaat gooien. Dezelfde speler mag twee of drie keer op rij gooien.

gepubliceerd op 07/07/2017

naar boven