Primair en voortgezet onderwijs [fr]

De kleuterschool en de lagere school vormen samen het primair onderwijs. Het college en het lyceum vormen samen het voortgezet onderwijs.

Primair onderwijs

Jonge kinderen kunnen al vanaf hun tweede jaar naar de «maternelle» wat een groot voordeel is voor werkende vrouwen. 35,5 % van de twee-jarigen gaat naar school, en van de drie-jarigen bijna 100 %. De schoolplicht geldt vanaf zes jaar.

De lagere school heeft als taak kinderen van 6 tot 10 jaar basiskennis bij te brengen en hen sociale vaardigheden te leren. Het vak van onderwijzer is veel veranderd. In de jaren zestig was de basisschool nog een in zichzelf gekeerde instelling zonder zich te richten op de buitenwereld. Nu is de basisschool hoe langer hoe meer een soort voorbereiding op het voortgezet onderwijs.

Het wordt niet meer geaccepteerd dat een kind aan het einde van de basisschool geen fundamentele kennis heeft opgedaan. Het falen op school en het analfabetisme worden op landelijk niveau bestreden. Zo is de basis van het fundamentele onderwijs gereorganiseerd, zijn er een aantal pedagogische hervormingen voor het leren van de Franse taal en wiskunde doorgevoerd, is zittenblijven beperkt en zijn er ZEP, «Zones d’éducation prioritaires», ingesteld. Dit zijn schooldistricten waar veel schoolachterstand bestaat en die extra aandacht en steun krijgen. Zo beschikken de scholen die in een ZEP zone liggen over meer middelen.

Het college

In principe gaan alle leerlingen na de basisschool naar een middenschool: het zogenaamde collège unique. Dit wordt zo genoemd omdat hier gedurende vier jaar aan alle leerlingen eenzelfde programma wordt onderwezen. De speciale richtingen zijn opgeheven, maar er bestaan wel de zgn. SEGPA. Deze SEGPA geven aangepast onderwijs, algemeen of beroepsgericht, en worden bezocht door meer dan 100 000 leerlingen die met sociale problemen en/of leermoeilijkheden te kampen hebben.

Doel van het collège unique: de ongelijkheid tussen de leerlingen beperken.

Verschillende oplossingen zijn bedacht om de sociaal-culturele problemen te verminderen: positieve discriminatie in de ZEP-schooldistricten, vernieuwde pedagogiek, autonomie verlenen aan de colleges zodat ze een aangepast onderwijs kunnen geven (voor de een wat zwaarder dan voor de ander, naargelang het aantal leerlingen met leermoeilijkheden).

Het lyceum

Met merendeel van de leerlingen gaat na het college naar een lyceum (lycée), waar zij kunnen kiezen uit een groot aantal richtingen. De algemene studierichting (le lycée d’enseignement général et technologique) dient nog steeds als referentie, maar het merendeel van de leerlingen volgt deze opleiding niet. Meer dan 50% gaat naar een beroepslyceum of naar een technisch lyceum. Het idee dat alleen een algemeen baccalauréat de weg baant naar succes, blijft verankerd in de geest van de mensen. Op deze manier wordt het belangrijk potentieel dat het technisch en vooral het beroepsonderwijs biedt, ontzettend onderschat.

Meer weten ?
- www.education.gouv.fr

gepubliceerd op 23/01/2014

naar boven